Een half jaar eerder

Mijn billen zitten vastgebakken op mijn stoel. Schiet het door mijn hoofd. Het lijkt wel alsof ik tijd aan het rekken ben. Maar waarom? Ik wiebel heen en weer. Doe mijn best mijn zin af te maken. Ik weet dat het tijd is om het gesprek af te ronden en op te staan. Maar ik voel hoe ik vastgeplakt zit aan mijn stoel. Niet in beweging te krijgen. Ik ratel maar door. Terwijl het moet. Het moet.

Ik zit in de spreekkamer van mijn oncoloog. Terwijl ik naar haar luister en in haar heldere ogen kijk, verwonder ik me erover dat ik het gesprek maar door laat gaan. Dat ik met een vraag steeds een nieuwe uitweg insla, terwijl alles eigenlijk al wel gezegd is. En ik zie verrast hoe zij de tijd neemt, geduld met me heeft. Hoe afschuwelijk vol de wachtkamer waar ik daarnet uit ben opgestaan ook was. Ze heeft dit vaker meegemaakt. Flitst het door me heen. Ze lijkt te weten wat er met me aan de hand is. Wat er door me heen gaat. Maar ik weet niks. Ik heb geen idee waarom ik doe wat ik doe en zeg wat ik zeg. Ik maak dit voor het eerst mee. En het overvalt me. Ineens zeg ik:

“Maar als ik nu stop met tamoxifen, dan heb ik geen oncologische behandeling meer. Betekent dat dat dit ons laatste gesprek is?”

Ik schrik me een ongeluk van mijn eigen vraag. Want ik weet het antwoord terwijl ik hem stel. En ik begrijp ook ineens waarom ik niet weg wil.

Omdat het na al die tijd nu ineens te snel gaat?

Het is niet alleen omdat het te snel gaat.
Het is niet alleen het besluit om nu al te stoppen met tamoxifen, dat gevoelsmatig halsoverkop over mijn hoofd heen voor mij genomen werd. Ik slik het medicijn al ruim zes jaar en zou nog een jaar doorgaan. Dat is wat we na veel overleg afgesproken hadden. Maar nu zit ik hier omdat een andere arts die door toeval met mijn dossier in aanraking kwam, de discussie of dat wel nodig is, zomaar ineens heropend heeft. Ergens wist ik dat dat kon gebeuren, er is nu eenmaal discussie over hoe lang het zinvol is het middel door te slikken, maar toch. Ik vond het te makkelijk om dat terugdraaien van die afspraak zomaar over één nacht ijs te laten gaan. Na al die moeite en aandacht die in het verleden in mijn besluit was gaan zitten. Dus had ik om deze afspraak gevraagd. Mijn oncoloog begreep dat. Dat is waarom ik er zit.

Omdat ik (niet) zelf aan de lat wil staan als meningen verschillen?

Het is niet alleen
dat ik me verontrust afvraag of het zomaar waar mag zijn: dat het houvast dat ik in mijn behandelingen vind, zo gemakkelijk omver kan worden geworpen. Dat het zo werkt. In ziekenhuizen. Met artsen. Met preventieve behandelingen bij kanker. Dat een wisseling van gynaecoloog, doordat de mijne ziek is, dat als gevolg kan hebben. Want ik weet dat dat zo is. Zo ingewikkeld is kanker nu eenmaal. Als het behandelpad niet eenduidig één kant op wijst. Dan verschillen meningen. Dan sta je zelf aan de lat. Dan maakt elke wending je pad onzeker. En die ene uitslag was blijkbaar zo’n wending gebleken. Want een ander pad wordt dan misschien net ietsje beter. Omdat de plussen en de minnen zo dicht bij elkaar liggen. En mijn mening over kwaliteit van leven, daar ook nog tussenin ligt. Als het me al lukt die mening uit te spreken. Als het me al lukt die mening ook echt te weten, want zeggen is zoveel makkelijker dan zeker weten.

Omdat ik niet geloof in de schijn van zeker weten die bij samen beslissen hoort?

Het is niet alleen
dat ik het er niet mee eens ben dat dat door iedereen zo graag ‘een keuze’ wordt genoemd, dat ik mag meebeslissen. Dat ik juist daarom alle vragen wil hebben gesteld. Elk mogelijke antwoord van mijn arts wil kennen. Want hoe kan ik dat nou weten? Hoe kan ik ooit weten of dit het juiste is om te doen? Maar dat wist ik al. Dat ik juist dat zo moeilijk vind. Dat wist mijn oncoloog ook al. Dat is waarom ik nu tegenover haar zit. Dat is waarom ik zoveel vragen heb gesteld. Dat is waarom ze me op elke vraag antwoord heeft gegeven. Toch wil ik nog niet weg. Nog niet. 

Omdat zonder houvast van het ziekenhuis verder leven voor iedereen eng is?

Het is niet alleen
omdat het ziekenhuis loslaten en zonder bescherming van het ziekenhuis verder moeten leven voor iederéén best lastig is. Dat had de mammapoli-verpleegkundige me bij mijn laatste foto al uitgelegd. En ik had direct begrepen dat dat de reden was waarom ik stiekem bereid was mijn hele leven tamoxifen te blijven slikken, zonder de gevolgen daarvan serieus genoeg te nemen. Ik had mezelf al uitgelegd dat dat niet klopte. Ik had al besloten dat die angst geen reden mocht zijn om door te willen gaan met het medicijn. Dat ik die angst op elk moment zou voelen als ik stopte. Dat nog een half jaar doorgaan, zoals eerst het plan was, dat niet beter zou maken. Ben ik toch bang? Is dat het, waarom ik hier nu bewegingsloos zit? Nee, je bent niet bang. Niet meer. Die stap heb je al gezet, in voorbereiding op dit gesprek. Dat heb je je arts ook net uitgelegd. 

Maar waarom ga ik dan nog niet?

Omdat ik niet wil voelen dat ik door nieuwe informatie weer twijfel over oude besluiten?

Het is niet alleen
omdat de uitslag die de aanleiding is voor dit besluit, me nieuwe informatie heeft gegeven. Door die nieuwe informatie is de werkelijkheid van mijn behandeling en kansen weer op een andere manier tot me doorgedrongen. En door die verandering, zie ik hoe alle besluiten die ik tot nu toe genomen heb als een film aan me voorbij gaan. Het is niet alleen dat die uitslag mijn pad nu verandert. Het is niet alleen dat nu een andere keuze maken, me laat twijfelen of de vorige besluiten die ik genomen heb wel de juiste waren. Het is niet alleen dat ik verdrietig ben dat zelfs die rust-van-tevreden-weten-hoe-ik-ermee-om-wil-gaan bij kanker niet waar kan blijven. Dat ik stilletjes het gevoel heb dat ik onnozel was, omdat ik ooit zo trots was dat ik die besluiten zo bewust had durven nemen. Dat het nu voelt alsof die trots en bewustheid helemaal misplaatst waren. Omdat ik niet weet of dat nog wel zo waar kan blijven, als ik nu zomaar loslaat: als ik nu zo simpel vinden kan dat ik dan maar meteen stoppen moet. Wat zegt dat over toen?

Omdat ik niet bang wil zijn dat ik het fout heb gedaan?

Ik had me daarom voorgenomen dat te bespreken. Die angst het fout gedaan te hebben. Haar naar de feiten van toen te vragen. Omdat ik wel weet dat je niet beter kunt doen dan beslissen met de kennis die je op dat moment hebt. Naar eer en geweten. Maar had ik toen beter kunnen weten? Had ik beter moeten weten? Zou het besluit nu, met de feiten van toen hetzelfde zijn gebleven? Ik heb het nodig dat zeker te weten. Om met mezelf te kunnen leven. Dat is waarom ik er zit. Dat is waarom mijn oncoloog me net de antwoorden heeft gegeven, die ze heeft gegeven. Ik hoor hoe ze vertelt over nieuwe onderzoeksresultaten. Waardoor ze nu meer weten dan toen. Voor zover er meer te weten valt. Ze zegt het. Ik heb gedaan wat ik kon. Ik heb alles wat in mijn vermogen lag ingezet. Om er het best mogelijke van te maken. En dat is genoeg. Dat is nu genoeg. Ik mag stoppen. Ik mag gewoon alleen nog verder leven. Ik sta aan de goede kant van de statistiek. Ik mag gewoon verder leven. Toch sta ik niet op. Ga ik maar niet weg. 

Waarom ga ik maar niet weg?

Vanwege de onzichtbare chaos in mijn hoofd

Je ziet het niet aan de buitenkant. Je ziet het nooit aan mijn buitenkant. Die enorme chaos in mijn kop. Dat onweer onder mijn veel te duidelijke woorden. In de stoel tegenover de arts zit vrijwel altijd iemand die krachtig overkomt. Die weet wie ze is en wat ze doet. Die alles wat er door haar heen gaat glashelder weet te verwoorden. Dat is wat ik doe als ik in een situatie die te ingewikkeld is, probeer te overleven. Maar steeds weer vraag ik het me vertwijfeld af: is dat wel genoeg? Bij mijn oncoloog heb ik zelfs dat in het verleden uit weten te spreken. Als ik even niet aan het overleven was. Die kent me al jaren. Die heeft al het slechte en al het goede van me gezien. En is nooit van mijn zijde geweken. Dat is waarom ik er zit. Dat is waarom ik dit eerst met haar, en niet zomaar met die nieuwe gynaecoloog wilde bespreken.

Shit. Dat is waarom ik amper kan bewegen.

Omdat zeker weten bij kanker niet bestaat

Ik wil nog niet loslaten. Ik wil nog niet alleen. Ik had het niet in de gaten. Dat nu stoppen, betekent dat ik haar houvast los moet laten. Ze zei me dat ik gedaan heb wat ik kon. Dat ik als geen ander in staat ben mee te beslissen. Ik sputter tegen. Ze slikt als ik zeg dat ik desondanks niet zeker weet of wat ik deed het beste was. Dat je dat niet kunt weten. Dat ik dat niet kan weten. Dat niemand dat kan weten. Versteend zetten mijn benen zich vast, voeten op de vloer. Mijn rug plakt aan de leuning. Ik zit rechtop. Kijk haar aan. Blijf maar praten. Maar praten. Ik wil niet gaan. Ik wil niet. Maar het moet. Het moet.

Omdat ik die laatste illusie niet wil loslaten

Langzaam landt het. Begrijp ik waarom het tijd is om te bewegen.
Want als het om leven met kanker gaat, zijn er geen zekerheden. Alleen ik kan mezelf de vrede geven die ik nodig heb om gelukkig verder te leven, met wat mijn pad ook is. Als ik nu opsta en mijn oncoloog loslaat, laat ik een laatste illusie varen: dat het niet erg is dat ik het niet weet, omdat mijn oncoloog het wel kan weten. Want mijn oncoloog weet het net zo goed niet. Of wat is geweest het beste was. We hebben gedaan wat we konden, naar ons beste vermogen. En ze zegt me dat ik altijd bellen mag als er wat is. Dat ik ook, als ik dat nog wil, binnenkort een afspraak in mag plannen.

Rug recht. Hoofd rechtop. Adem halen. En léven!

Ik antwoord dat dat niet hoeft. Dat het loslaten altijd moeilijk zal zijn, en dat ik het dan alleen maar uit blijf stellen. Ik geef haar een hand en vertrek. Onwennig stap ik de nog altijd veel te drukke wachtruimte in. De verstreken minuten hebben op uren geleken. Ik registreer elke stap bewust. Mijn rug recht. Mijn hoofd rechtop. Ik haal diep adem. Het is klaar. Het is echt klaar. Ik ben klaar. Klaar met kanker.

Tijd om te vieren dat ik verder mag leven.

Die mijlpaal ben ik door alle onverwachtheid bijna vergeten.

Ze zegt het: “Je hebt gedaan wat je kon.” Toch helpt dat niet. Sta ik niet op.

Langzaam landt het. Niemand weet het zeker.

Alleen ik kan mezelf de vrede geven die ik nodig heb om gelukkig verder te leven, wat mijn pad ook is.

Tijd om te vieren dat ik verder mag leven.

Advertenties

Over Www.overwegmetkanker.nl

Over sommige aspecten rond kanker wordt veel gepraat en gedeeld. Met je omgeving, of met andere kankerpatiënten. Zoals de impact van het verlies van je haar, het ziek worden van de chemo, de strijd en de kracht die je voor de ziekte nodig hebt. Er zijn ook heel wat kleine en grote dingen die we niet delen. Of die we veel te weinig delen met de mensen om ons heen. Meestal omdat het voor onszelf ook niet helder is. Het gevolg is dat iedere kankerpatiënt zelf opnieuw het wiel uit moet vinden, in wat helpt tegen die bijwerkingen en klachten. Op deze pagina's zijn tips en ervaringen van kankerpatiënten verzameld over het hanteerbaar maken van de gevolgen van kanker. Om andere patiënten herkenning te bieden, om hen een handvat te geven, en om het makkelijker te maken er met je omgeving over te praten. Zodat je het beter uit kunt leggen, en dus ook betere hulpvragen kunt stellen.
Dit bericht werd geplaatst in Leven met kanker, Leven na kanker, Pluk de dag en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s