Het kind in mij

Er zijn een paar thema’s die al jaren in me groeien. Die eruit willen, maar wachten op hun tijd. Zoals mijn blog over maakbaarheid, ‘Het land waar eenoog koning is’. Het gaat om thema’s over wat patiëntzijn met je doet. Waarover de inzichten door de jaren heen verschuiven, verdiepen of vervliegen. Ook door wat ik herken en terugzie in wat ik anderen hoor vertellen. 

Het kind in mij is ook zo’n thema. Dat kind laat zich slecht vangen in volwassen woorden. Toch ga ik nu een poging wagen. Omdat het zo belangrijk is, dat je haar ziet. Dat er oog is voor wat kanker doet, met dat kind in onszelf. 

Toen ik nog ziek was en middenin de overleefstand zat, schreef ik dit: 

Het kind in mij
kan soms met grote ogen kijken
naar die grote, sterke vrouw,
mijn ik
Is ze er nog?
Is ze gebleven?
Echt niet klein te krijgen?

Overgeleverd aan de kracht van mijn vechtstand, in die dollemansrit van chemo en omgaan met de onbeholpenheid van mijn omgeving, viel ik soms even stil. En begreep ik amper hoe het kon. Dat ik het was, die zich daarin staande hield. Dat ik niet ergens in een goot lag te creperen. Te vergaan van ellende. Maar dat gebeurde niet. In plaats daarvan ving ik alles voortdurend op en bleef ik maar opstaan elke dag. Hoe venijnig de klap ook geweest was die ik vlak daarvoor geïncasseerd had. Omdat ik simpelweg niet anders kon. Ik voelde de kloof tussen het kind in mij, mijn werkelijke behoefte om me te verschuilen en stilletjes in een hoekje te gaan liggen huilen. En het gedrag dat ik vertoonde, en de volwassenheid die ik daarvoor aan te boren had, om er doorheen te kunnen komen. 

Wat later schreef ik dit:

Ik wil je nog niet kennen
de wijze in mij
Dat je groter wordt
en groeit
met elke tegenslag
[…]
Je steunt me
en redt me
lieve boeddha in mij
Maar je dempt ook
de stem
van de puber
en het kind
in mij

Terwijl mijn omgeving voortdurend in bewondering sprak over hoe dapper en sterk ze me vonden, brandde diep in mijn ogen een donker verdriet. Omdat ik voelde hoe het leven mijn onschuld afgenomen had. Omdat ik wist dat het nog lang niet over was. Omdat ik helemaal niet zo nodig over mezelf had hoeven ontdekken dat ik echt zoveel kracht bezat. Ik was liever klein gebleven. 

Ik heb het wel eens over hoe ‘kanker’ je dwingt om volwassen te worden. Op alle terreinen van het leven. In voor jezelf op komen, in je angsten dragen, in je relatie, je werk en in het in contact blijven met familie, vrienden en kennissen. Voordat je ziek wordt verloopt zoveel daarvan onbewust, vanzelfsprekend. Op je werk heb je misschien een assertiviteitstraining gehad but that’s it. Life does not prepare you for the shit that is coming. Dat eenzame gevoel bij kanker. Dat is voor een groot deel die kloof. Tussen het kind in je dat helemaal niet tegen al die ellende is opgewassen. En de overleefstand die je zo sterk maakt en dwingt tot overleven. Waar je vervreemd naar staat te kijken. Verwonderend. Bewonderend. Dat jij dat ook bent. 

Gelukkig krijg je amper tijd eraan te twijfelen of die sterke vrouw er morgen ook gewoon weer is. Behalve als je in een zwart gat zit dan. Al denk ik eerder, achteraf, dat ik op die momenten toen vooral het kind in mij niet meer kon vinden. Omdat ze te diep ver weg in een hoekje verscholen zat. Wachtend tot het over was. 

Kanker maakt wijs. Gelukkig leert die ziekte je ook om in het hier en nu VOL van alle kleine mooie grote dingen te genieten die je mogen overkomen. Je leert het kind in je koesteren, loslaten, spelen, geven, doen. Je maakt een bucketlist, of ontwikkelt de ‘fuck-it’-knop. Of de schakelstand dat je niet uit moet stellen wat je nu ook kunt doen. En je geniet daardoor overal dubbel van.

Kanker maakt wijs. Voedt wijze zielen. Dwingt je tot emancipatie, acceptatie en koesteren van wie je bent. Dwingt je om te leren gaan met je emoties. En je omgeving mee te nemen in de gevolgen die het heeft. Doe je dat niet, dan blijft dat zwarte gat je achtervolgen als een zwart spook. Dan raak je vrienden kwijt. En misschien wel je werk, of je partner. 

Maar wat ik nog erger vind, besefte ik toen ik afgelopen jaar in het ziekenhuis lag. En merkte hoe de ervaren patiënt in mij de juiste vragen stelde en precies de goede timing had om voor zichzelf te regelen wat ik nodig had. Als ik dat toen nou ook al had gekund, toen, toen alles me overkwam en angst me door elk contact heen dreef. Dan had ik misschien wel alle juiste vragen gesteld. Betere antwoorden gekregen. Andere keuzes gemaakt. Waarvan ik helemaal niet weet of ze beter zouden zijn geweest. Maar als ik iets meer had geweten wat ik nu weet, zou ik zoveel minder twijfel achteraf en zoveel minder angst voor spijt achteraf hebben gehad. En veel minder vaak hebben gezwegen. 

Omdat ik zou hebben geweten dat dat de rol is die ik als patiënt heb. Dat ik mijn eigen ziekteproces makkelijker kan maken. Door me uit te spreken. En dat je verder niet kunt weten wat je niet kunt weten. Maar ook dat moet bespreken. Niet alleen antwoord geven op gestelde vragen door je arts. Maar de vraagtekens die in je leven. Ik verlaat het ziekenhuis zoveel beter, als we die kern wel hebben kunnen bespreken. 

We moeten ook volwassen worden als patiënt. Ik denk dat artsen dat wel weten. Op zijn minst herkennen. Maar patiënten weten dat niet. Het lijkt een blinde vlek dat wij daar hulp in nodig hebben. Dat artsen ons kunnen begeleiden in die groei. Ons daar dingen over uit zouden kunnen leggen. Een simpel zinnetje bijvoorbeeld dat uitlegt dat het normaal is dat je je onzeker voelt over wat je wel en niet met je arts kunt bespreken. Maar dat je dat alleen kunt leren door het wel te doen. Ik had die uitleg graag gekregen. Zodat dat kind in mij wat meer in de ogen was gekeken. Waardoor de kloof tussen het kind en de vrouw wat minder groot was geweest. 

Omgaan met kanker moet je leren. Ik vind het zo jammer dat dat een proces is dat we patiënt voor patiënt zelf op te lossen hebben. Ik zou zo graag willen dat die ervaring ook al beschikbaar is in de begeleiding die je van je zorgverlener krijgt als je net aan die achtbaan bent begonnen. Natuurlijk kun je dit alleen zelf leren door het te ervaren en te doen. Moet je er zèlf doorheen. Omdat ieder mens anders is. Maar je kunt dat proces wel een beetje begeleiden, als arts. 

Dus schrijf ik dit blog. Hoe lastig ik het ook vind er woorden aan te geven. Omdat ik hoop dat wie dit leest er wat troost in vindt. En dat de artsen en verpleegkundigen die dit lezen, niet vergeten dat er in elke patiënt die volwassen tegenover hen zit, ook een kind, diep weg verscholen zit mee te gluren. Wachtend tot het over is. Hopend dat er nog wat van haar over is, als het eindelijk, eindelijk, over is. 

Je kunt haar helpen. Woorden geven. Zodat ze niet de hele tijd zo eenzaam is. 

Advertenties

Over Www.overwegmetkanker.nl

Over sommige aspecten rond kanker wordt veel gepraat en gedeeld. Met je omgeving, of met andere kankerpatiënten. Zoals de impact van het verlies van je haar, het ziek worden van de chemo, de strijd en de kracht die je voor de ziekte nodig hebt. Er zijn ook heel wat kleine en grote dingen die we niet delen. Of die we veel te weinig delen met de mensen om ons heen. Meestal omdat het voor onszelf ook niet helder is. Het gevolg is dat iedere kankerpatiënt zelf opnieuw het wiel uit moet vinden, in wat helpt tegen die bijwerkingen en klachten. Op deze pagina's zijn tips en ervaringen van kankerpatiënten verzameld over het hanteerbaar maken van de gevolgen van kanker. Om andere patiënten herkenning te bieden, om hen een handvat te geven, en om het makkelijker te maken er met je omgeving over te praten. Zodat je het beter uit kunt leggen, en dus ook betere hulpvragen kunt stellen.
Dit bericht werd geplaatst in Een ander hier en nu, Leven met kanker en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Het kind in mij

  1. Heleen zegt:

    Mooi geschreven en ik herken er wel wat van. Je doet het goed denk ik. Het is goed om je volwassen ‘ik’ een beetje voor het kind in je te laten zorgen. Als volwassene lijk je sterk en alles aan te kunnen, zo zien veel mensen mij ook. Maar een paar mensen zien ook het kind. Het kind in mij kreeg bijvoorbeeld door de kanker enorm behoefte aan een knuffel van anderen, iets wat ik nooit heb leren ontvangen. Zo ga je door de kanker soms door processen die je anders misschien altijd had ontweken.

    Liked by 1 persoon

  2. Sanne zegt:

    Ik ben onderweg… leren leven in plaats van overleven… dit is een mooi verwoorden van dat pad. K-lus

    Liked by 1 persoon

    • Ja. Dat leren leven. Ik sprak laatst iemand die te horen had gekregen dat hij nog maar een paar maanden had. Maar door een wonder leeft hij verder. Met de scherven die over zijn van het leven dat hij had. Dat dat niet alleen mooi is, maar ook om hele andere rouwverwerking vraagt. Je begrijpt dat zelf ook niet. En dat versterkt dat gevoel van eenzaamheid van dat kind in je.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s