Het land waar eenoog koning is

Ik twijfel al een tijd over hoe ik dit blog moet schrijven. Want ik deel hier een inzicht vanuit het gevoel ‘wat een eyeopener, dat moeten anderen ook weten!’ Een gevoel dat ik per definitie wantrouw. Want negen van de tien keer volgt er dan een verhaal waarin je vooral jezelf nog aan het overtuigen bent, en de ander niet veel meer is dan een verzetsloze muur waar je tegenaan praat. Misschien heb je mazzel en stelt die ander een vraag die tot je doordringt, waardoor je stopt met overtuigen. Maar meestal blijf je blind voor dat ene wat je nog niet wilt weten. En dat als een roze olifant in de kamer staat. Maar in ieder geval voor jou nog niet te begrijpen is.

Ik vraag me af of ik als het over dit onderwerp gaat, ooit uitgeleerd kan zijn. Ooit meer dan ziende blind. Ik ben bang van niet. Dus ik schrijf het toch maar op. Maar weet als je dit leest: eenoog is koning in het land der blinden. En ik weet op dit moment nog niet of ik wel goed genoeg kan zien.

Maakbaarheid

We praten over de jongeren van nu als ‘de burnoutgeneratie‘. Ze zijn opgevoed door ouders die hen het vertrouwen willen geven dat als je maar écht je best doet, alles haalbaar is. Dat gebeurt onbewust. Het zit in troostende zinnetjes als ‘het geeft niet dat het niet gelukt is, volgende keer beter.’ Een andere oorzaak wordt gelegd bij het facebook-fenomeen: mensen staan nooit meer uit en doen overal even enthousiast over. Het leidt tot jong-volwassenen die in alles denken dat het hun eigen schuld is als iets niet lukt of leuk blijkt en die overal even hard voor werken. Met een burnout als gevolg. De ogen zijn gericht op hoe de generatie die hen heeft opgevoed, die jongeren per ongeluk voor een enorme levensopdracht heeft geplaatst. Die jongeren gaan uit van maakbaarheid, en dat maakbaarheidsdenken heeft grenzen die je pas ontdekt als je vastloopt en niet meer verder kunt.

Vanzelfsprekendheid

Ik heb een hekel aan het woord maakbaarheid. Ik heb het liever over vanzelfsprekendheid. En verlies daarvan. Het verschil tussen die twee woorden is subtiel. Dus dat fascineert me. Waarom vind ik maakbaarheid irritant, en vanzelfsprekendheid ‘de kern’ als het gaat om leren omgaan met kanker? Gaat het niet eigenlijk, stiekem, over hetzelfde? Het verschil tussen maakbaarheid en vanzelfsprekendheid zit hem in het inzicht waar veel kankerpatiënten door hun ziekte mee worstelen: ‘het leven is niet maakbaar, gezondheid is niet vanzelfsprekend’. ‘Vechten’ geeft je geen enkele garantie dat je ‘het redt’. Het resultaat van maakbaarheid is niet vanzelfsprekend ook wat je wilt bereiken. In de tijd waarin we nu leven wordt ‘vechten tegen kanker’ vanzelfsprekend gevonden. Net als ‘genezen van kanker’ een begrip is dat niet bestaat, maar wel door iedereen wordt geloofd. De ouders die nu opvoeden en de jongeren die nu opgroeien. Ze ‘geloven’ allemaal vanzelfsprekend in maakbaarheid. Tot het leven hen het tegendeel bewijst.

Eenzaamheid in kanker

Dat is de waar de pijn voor mij zit, in het verschil tussen maakbaarheid en vanzelfsprekendheid. Door mijn ziekte heb ik ineens twee opdrachten gekregen: leren leven met het feit dat het leven niet maakbaar is (net zoals die jongeren die op die gedachte vastlopen) en mijn omgeving voortdurend moeten vertellen ‘dat het niet vanzelfsprekend is’. Dat blinde geloof in maakbaarheid maakt mijn ziekte en daarmee mijn leven tot de boodschapper van hun kwaad. Dat blinde geloof zit achter het gevoel dat ik teleurstel, te negatief denk, moeilijk doe, niet over kanker praten mag, omdat ik het achter me moet laten. Dat blinde geloof leidt tot de opdracht iedere keer weer te kiezen mijn gevoel van eenzaamheid in te slikken, of toch te proberen het uit te leggen. Want in elke zin waarin zij in maakbaarheid geloven, sta ik als kankerpatiënt alleen. Daar krijg je weer zo’n tip over wat je moet eten, wat je moet drinken, wat je moet slikken, dat je moet sporten, dat je vragen moet stellen, dat je moet vechten. En vooral, dat je sterk moet zijn. Niet opgeven. Nooit opgeven. Ik heb een bloedhekel aan het woord maakbaarheid, omdat ik vanaf het moment dat ‘kanker in mijn leven kwam’ ben opgezadeld met de noodzaak mijn omgeving de schellen van de ogen te slaan. Tenminste, als ik niet alleen wil staan in wat zo pijn doet: dat ik mijn vanzelfsprekendheid ben kwijtgeraakt. Als ik wil dat ze zich in me in kunnen leven, in plaats van meelevend de plank misslaan in al hun pogingen me te helpen, moet ik hen helpen zien. Dat er grenzen zijn aan maakbaarheid.

Valkuildenken

Tegelijkertijd ben ik natuurlijk ook gewoon een kind van mijn tijd. Ik zal, altijd, zodra ik maar kan, weer in de maakbaarheidsstand gaan staan. Want ik heb geleerd dat geluk maakbaar is. Dus zodra iets maakbaar is tot geluk, ga ik aan de slag. Als een malle. Zonder na te denken. Dubbel genieten. Léven. Hup met die bucketlist. Niet morgen. Nu! Doen! Ik probeer te vergeten, door te leven, in de hoop dat het weer vanzelfsprekend mag worden. Dat ik gelukkig mag leven. Intussentijd lopen we, kankerpatiënten, enorm tegen onze grenzen aan. Vermoeidheid die maar niet over gaat. Knokken tegen bijwerkingen. Alles mee willen maken. Zwarte gaten. Er zijn er heel wat die uiteindelijk tegen overspannenheid of een burnout aanlopen. Teveel van zichzelf gevraagd. Net als die jongeren van nu, die tegen de lamp aanlopen als het om maakbaarheid gaat.

Blinde vlek

Maar de pijn, voor mij, zit opnieuw in de vanzelfsprekendheid. Die vanzelfsprekendheid maakt me blind voor wat niet realistisch is. Als kankerpatiënt denk ik over mijn leven in termen van ‘ik voor kanker’ en ‘ik na kanker’. Een scheiding die volstrekt onzinnig is. Want mijn leven ging tijdens kanker natuurlijk gewoon door. Ik bleef er zelf de hele tijd bij. Ik hield niet ineens op met bestaan om daarna weer door te gaan met waar ik was. Al wil ik dat, als gelover in maakbaarheid, wel graag denken natuurlijk. Dat de impact van kanker op mijn leven herstelbaar is. Maakbaar, repareerbaar, door mij. Dat ik in kan halen wat ik heb gemist. Terug kan naar waar ik stond om vanaf dat punt gewoon de toekomst af te bouwen die ik altijd voor ogen had. De vanzelfspekendheid was er misschien even niet. Maar nu is ie er weer wel. ‘Na kanker’. En ik vervolgens maar vechten en worstelen met zwarte gaten en down-dip-dagen als ik toe moest geven dat mijn dag niet maakbaar was. Door de vermoeidheid. Totdat ik besefte dat ikzelf, wat ik belangrijk vind, mijn zingeving, verdraaid-nog-aan-toe wel flink veranderd was. Ik was niet meer dezelfde. Ik droeg ‘kanker’ met me mee. En daardoor wilde ik niet meer hetzelfde. En wist ik even niet meer vanzelfsprekend hoe. Hoe het leven naar geluk dan moet.

Ondertussen gebeurt het leven

Er is iets met dat vanzelfsprekende geloof in maakbaarheid. In de blindheid die erin zit. In de automatische piloot. Je vergeet erdoor stil te staan bij het leven. Je vergeet erdoor dat het leven doorgaat. Dat je zelf ouder wordt. Dat je verandert. Dat jouw leven met kanker en zonder kanker niet gesplitst is. Niet een maakbaar en een onmaakbaar stuk, maar al die tijd, allemaal tegelijkertijd. Dus het is niet zo dat je vooral ‘door kanker veranderd bent’. Je bent gewoon ouder geworden en mens gebleven terwijl je kanker had. Een sportarts zei afgelopen week iets tegen me, dat ik wel weer erg typerend vond als het om maakbaarheidsdenken gaat. Die zin, is de aanleiding waarom ik dit blog schrijf. Hij zei:

Ik wi je niet beledigen. Maar je bent veertig. In de dingen die jij wilt kunnen, zonder blessures, qua conditie. Als ik kijk naar gewone gezonde vrouwen van veertig, dan kunnen de meeste vrouwen van die leeftijd dat niet. Je moet niet vergeten dat je intussentijd gewoon ouder bent geworden. (Waarbij ik gelukkig wel vast mocht blijven houden aan het wensdenken dat ik vroeger niet gemiddeld sportief was, maar bovengemiddeld sportief; maar dat terzijde)

Shit. In mijn gedachten. In mijn beleving van wat voor mij haalbaar is, maakbaar. In de dingen waarin ik nog aan het knokken ben om het weer te kunnen. Waarin ‘omgaan met kanker’ nog iets is waar ik middenin sta. Steeds weer betrap ik mezelf erop dat ik in het beeld van wat ik moet willen kunnen, er onbewust vanuitga dat ik nog 33 ben. Wie ik was voordat ik kanker kreeg, wat ik toen in me had, qua spieren, denkvermogen, inzet, wilskracht, positivisme, weerbaarheid, carrière, hobby’s, kansen. Dat is automatisch mijn vertrekpunt in mijn zoektocht naar wat dan ook ‘na kanker’, ‘door kanker’ of ‘ondanks kanker’. Ik vergeet te kijken naar dat ik intussentijd ouder geworden ben, net als iedereen, en verander door het leven.

Wat is beter?

“Je moet anders gaan kijken naar wat ‘beter zijn’ betekent”, zei mijn arbo-arts ooit tegen me. Ik wist direct dat hij gelijk had. Ik moest me niet langer richten op wat was, maar op wat ik nu kon en daar het beste van maken. (Trouwens, herken je het maakbaarheidsdenken in het tweede deel van de gedachte die ik toen onmiddellijk had?) Het is een stap die fundamenteel is als je succesvol wilt re-integreren. Dat je ook revalideert, niet alleen re-integreert. Niet alleen terugkijken naar wie je was en hoe je het toen deed. Maar herwaarderen. In de spiegel kijken. Met het pakket dat je nu bent, het gereedschap dat je hebt. Hoe kun je daar opnieuw (je) werk van maken?

Eenoog is koning

Hoe lief ik mijn leven na kanker ook heb. Hoe trots ik ook ben op wat ik terug heb opgebouwd. Hoe goed het ook gaat. Hoe sterk ik ook ben in dragen en verdragen waar mijn leven niet maakbaar is gebleken. Ik blijf ziende blind in het land waar eenoog koning is. Want intussentijd is niet alleen kanker gekomen. Intussentijd ben ik gewoon een kind van mijn generatie. Word ook ik gekenmerkt door onze tijdgeest van vanzelfsprekend geloof in maakbaarheidsdenken. Die uitdaging van onze tijd, die valkuil in ons denken, zit net zo goed diep verankerd in mij. Daar verandert kanker niets aan. Dat is het leven.

Het leven leert je, liefst langzaam, want dan doet het minder pijn, dat het niet waar is.

En dan pas, als je het begrepen hebt, dan pas ben je oud en wijs.

Advertenties

Over Www.overwegmetkanker.nl

Over sommige aspecten rond kanker wordt veel gepraat en gedeeld. Met je omgeving, of met andere kankerpatiënten. Zoals de impact van het verlies van je haar, het ziek worden van de chemo, de strijd en de kracht die je voor de ziekte nodig hebt. Er zijn ook heel wat kleine en grote dingen die we niet delen. Of die we veel te weinig delen met de mensen om ons heen. Meestal omdat het voor onszelf ook niet helder is. Het gevolg is dat iedere kankerpatiënt zelf opnieuw het wiel uit moet vinden, in wat helpt tegen die bijwerkingen en klachten. Op deze pagina's zijn tips en ervaringen van kankerpatiënten verzameld over het hanteerbaar maken van de gevolgen van kanker. Om andere patiënten herkenning te bieden, om hen een handvat te geven, en om het makkelijker te maken er met je omgeving over te praten. Zodat je het beter uit kunt leggen, en dus ook betere hulpvragen kunt stellen.
Dit bericht werd geplaatst in Een ander hier en nu, Een wondere wereld, Leven met kanker, Leven na kanker, Wijsheden en andere onzin en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Het land waar eenoog koning is

  1. vanhaften zegt:

    Wauw…..een wijsheid vol ervaring❤

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s